Deze research is de basis voor het artikel “AI: Muziek wordt weer van iedereen“.
Van dorpsmuzikant tot AI-algoritme: Een muzikale tijdreis
Dit research-document brengt de geschiedenis van muziekverspreiding in kaart, van lokale dorpsmuzikanten tot de huidige AI-revolutie. Het laat zien hoe muziek steeds verder gecentraliseerd raakte, hoe auteursrechten een wapen werden in handen van enkelen, en hoe kunstmatige intelligentie nu de volgende fase inluidt.
De lokale oorsprong: Muziek als gemeenschapsgoed
In de tijd vóór massacommunicatie was muziek een lokale aangelegenheid. Elk dorp had zijn eigen muzikanten, liedjes werden mondeling overgedragen en hadden een sterk lokaal karakter. Muziek was verweven met het dagelijks leven: bij bruiloften, feesten, religieuze ceremonies en in de herberg. De dorpsmuzikant was vaak een manusje-van-alles die van dorp tot dorp trok om in zijn levensonderhoud te voorzien.
Deze reizende muzikanten, ook wel troubadours genoemd in de Middeleeuwen, hadden het niet gemakkelijk. Ze moesten van dorp tot dorp reizen om hun bestaan bij elkaar te schrapen. Sommigen wisten echter een beter bestaan te regelen door een vaste plek aan het hof van een heer te krijgen of ridders te vergezellen.
Verstedelijking en professionalisering (19e eeuw)
Met de verstedelijking in de 19e eeuw veranderde het muzieklandschap drastisch. Er ontstonden muziekverenigingen, theaters en danshallen waar professionele muziekgezelschappen optraden. Muziek werd meer georganiseerd en geïnstitutionaliseerd. In plaats van de dorpsherberg waren er nu grote schouwburgen waar het publiek niet alleen kwam voor de voorstelling, maar ook om te “zien en gezien te worden.”
Het theater maakte een opleving door en concerten en opera’s werden goed bezocht. Om deze activiteiten onderdak te bieden werden schouwburgen en stadsgehoorzalen gebouwd. Theaterbezoek was tot en met de 19e eeuw vooral een sociale aangelegenheid van de hogere klassen.
Tegelijkertijd bleef er in cafés en kroegen nog steeds livemuziek, maar de status van muzikanten was wisselend. Pas in de 19e eeuw waagden veel meer mensen zich aan het muzikantenberoep, hoewel financiële onafhankelijkheid slechts voor een handjevol componisten haalbaar was.
De radio-revolutie (1919-1940)
De uitvinding van de radio bracht een ongekende verandering teweeg. Op 6 november 1919 verzorgde de Nederlander Hanso Idzerda vanuit zijn eigen woonhuis de eerste commerciële radio-uitzending ter wereld: een “Radio Soirée Musicale” tussen 20:00 en 22:00 uur, beginnend met het liedje “Turf in je ransel.” Deze uitzending wordt beschouwd als de eerste commerciële omroepuitzending wereldwijd omdat Idzerda zijn programma de dag van tevoren had geadverteerd in de krant.
In de jaren ’20 werd de radio populair bij het grote publiek. Huishoudens over de hele wereld verwelkomden hun eerste radio’s, en radio-uitzendingen werden een dagelijks ritueel. De architectuur en het interieurontwerp werden er zelfs door beïnvloed - sommige huishoudens hadden speciale meubels voor de radio.
Dagelijks naar muziek luisteren was een van de grootste veranderingen door de komst van de radio. Muziek vormde het hoogste percentage van de uitzendingen en werd tot ver in de jaren vijftig voornamelijk live gespeeld, voor de microfoon in de radiostudio. Muzikanten traden live op in uitzendingen, wat een nieuwe vorm van bereik en bekendheid mogelijk maakte.
Livemuziek in cafés (Jaren ’30)
Over de jaren ’30 is het beeld genuanceerder dan vaak wordt gedacht. Er was inderdaad veel livemuziek in cafés, maar de situatie verschilde per land en regio. In Nederland verzorgde bijvoorbeeld de HDO (Hilversumsche Draadloze Omroep) vanaf 1925 live-uitzendingen vanuit La Gaite (Amsterdamse Tuschinsky Cabaret), waaronder met het net opgerichte dansorkest The Ramblers.
Of elke kroeg zijn eigen livemuziek had, is moeilijk te verifiëren, maar het is wel duidelijk dat er veel muziek werd gemaakt. De muzikanten waren meestal een mix van beide: sommige bands hadden vaste plekken waar ze regelmatig speelden, terwijl andere rondtrokken langs verschillende cafés en dansgelegenheden. Het was een tijd waarin dansorkesten populair waren en waarin genres als jazz en swing opkwamen - hoewel dit niet door iedereen werd gewaardeerd.
De oorlog en het einde van livemuziek in cafés (1940-1945)
Tijdens de Tweede Wereldoorlog veranderde alles. De Duitse bezetter verbood het spelen van Engelse en vanaf december 1941 ook Amerikaanse muziek. In 1942 vaardigde het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten zelfs een gedetailleerd “Verbod van negroïde en negritische elementen in dans- en amusementsmuziek” uit. Jazz, blues en andere “ontaarde muziek” werden verboden.
Vanaf juni 1941 werd ook een dansverbod afgekondigd. Jazz- en amusementsorkesten konden vanaf dat moment alleen nog in theaters optreden. Maar belangrijker nog: in veel cafés werd livemuziek volledig verboden door de nazi’s. In plaats daarvan gingen deze etablissementen grammofoonplaten draaien - en zo ontstond het concept van de ‘discotheque.’
Dit was een keerpunt: muziek in cafés werd niet langer live uitgevoerd door aanwezige muzikanten, maar afgespeeld vanaf platen. Deze ontwikkeling zou na de oorlog niet meer worden teruggedraaid.
De naoorlogse periode: Popmuziek en centralisatie
Na de oorlog veroverde popmuziek de wereld via de radio. The Beatles, The Rolling Stones en andere bands werden wereldsterren. Maar dit betekende ook dat steeds minder muzikanten steeds meer geld verdienden. De muziekindustrie centraliseerde: een handjevol artiesten werd rijk en beroemd, terwijl de grote massa van muzikanten moeite had om rond te komen.
De uitvinding van de televisie verergerde deze trend nog verder. Muziek werd niet alleen via de radio, maar ook visueel verspreid. De ster-cultus groeide, en de kloof tussen supersterren en gewone muzikanten werd steeds groter.
De auteursrechtslag: Bescherming of controle?
The Verve vs. The Rolling Stones: Bitter Sweet Symphony
Een van de meest spraakmakende auteursrechtzaken in de muziekgeschiedenis illustreert perfect hoe het systeem werkt. In 1997 bracht de Britse band The Verve hun hit “Bitter Sweet Symphony” uit. Het nummer werd een enorm succes en bereikte nummer 2 in de UK charts en nummer 12 in de VS. Het album “Urban Hymns” verkocht meer dan 10 miljoen exemplaren wereldwijd.
Maar er was een probleem: het nummer bevatte een sample van vier seconden uit een orkestrale versie van The Rolling Stones’ nummer “The Last Time,” opgenomen in 1965 door het Andrew Oldham Orchestra. The Verve had toestemming gekregen van Decca Records (die de opname bezat) om een klein stukje te gebruiken, en er was aanvankelijk een 50/50 verdeling van de royalty’s afgesproken.
Toen het nummer echter op het punt stond uitgebracht te worden, kwam Allen Klein - voormalig manager van The Rolling Stones en eigenaar van ABKCO Records, die de compositierechten bezat - naar voren. Klein beweerde dat The Verve een groter deel van het sample had gebruikt dan was afgesproken en weigerde toestemming. Hij spande een rechtszaak aan.
Het resultaat was vernietigend voor The Verve: de band moest alle royalty’s afstaan aan Mick Jagger en Keith Richards, die ook als songwriters werden toegevoegd aan de credits. The Verve verdiende naar schatting slechts $1000 aan een van de grootste hits van de jaren ’90. Later eiste ook Andrew Loog Oldham, de componist van de orkestrale versie, $1,7 miljoen.
Pas in 2019 - meer dan 22 jaar later - werden de rechten en toekomstige royalty’s teruggegeven aan Richard Ashcroft, de frontman van The Verve. Ashcroft zei hierover: “This is the biggest Rolling Stones hit since ‘Brown Sugar.'” - een bittere grap over het feit dat Jagger en Richards jarenlang hadden geprofiteerd van zijn werk.
De ironie is dat de vijf noten waar het om draaide niet eens door Jagger en Richards waren geschreven, maar door orkestrator David Whitaker - die nooit werd gecrediteerd op de opnames.
Napster en Limewire: De strijd tegen digitaal delen
Eind jaren ’90 en begin jaren 2000 bracht het internet een nieuwe bedreiging voor de muziekindustrie: peer-to-peer file sharing. Napster, opgericht in 1999 door Shawn Fanning, maakte het mogelijk om MP3-bestanden gratis te delen met andere gebruikers. Het was een revolutie: plotseling was elke song ooit opgenomen slechts een zoekopdracht verwijder.
Maar het was illegaal. De Recording Industry Association of America (RIAA) spande in december 1999 een rechtszaak aan tegen Napster wegens grootschalige auteursrechtschending. Metallica en Dr. Dre volgden met hun eigen rechtszaken. In 2001 werd Napster gedwongen te sluiten.
Maar het kwaad was geschied: andere diensten zoals Limewire, Kazaa, en later BitTorrent namen de plaats van Napster in. De muziekindustrie reageerde met een agressieve campagne van rechtszaken, niet alleen tegen de platforms zelf, maar ook tegen individuele gebruikers. Duizenden mensen werden aangeklaagd voor het illegaal downloaden van muziek, met boetes tot $750 per nummer.
In 2010 werd Limewire veroordeeld tot het betalen van $105 miljoen aan de grote platenlabels. De dienst werd gesloten, maar de schade aan de muziekindustrie was al aangericht: de omzet van opgenomen muziek in de VS daalde met ongeveer 50% tijdens de jaren 2000.
Het grotere verhaal: Controle in plaats van creativiteit
Deze rechtszaken tonen een patroon: de muziekindustrie draait niet meer om muziek en muzikanten (alle muzikanten), maar om het beschermen van de inkomsten van een kleine elite. Het systeem is zo ingericht dat een handjevol supersterren en hun platenlabels enorme winsten maken, terwijl de grote meerderheid van muzikanten moeite heeft om van hun muziek te leven.
Auteursrechten, oorspronkelijk bedoeld om makers te beschermen, zijn een wapen geworden om controle uit te oefenen. Elk gebruik van een paar noten kan leiden tot rechtszaken en het verlies van alle inkomsten, zoals The Verve ondervond. Tegelijkertijd worden nieuwe vormen van muziekdistributie - van radio tot file sharing tot streaming - aanvankelijk bestreden door de industrie, om later te worden omarmd zodra er een manier is gevonden om er geld aan te verdienen.
De AI-revolutie: Iedereen muzikant?
En nu zijn we aangekomen bij de nieuwste fase in deze ontwikkeling: kunstmatige intelligentie. Met AI-tools kan letterlijk iedereen muziek maken, zonder enige muzikale kennis of training. Je typt een paar woorden in een programma zoals Suno of Udio, en binnen enkele minuten heb je een compleet nummer met instrumentatie, arrangement, teksten en zelfs “zang.”
Breaking Rust: Een AI-artiest op nummer 1
In november 2024 gebeurde iets opmerkelijks: voor het eerst ooit bereikte een volledig door AI gegenereerd nummer de nummer 1 positie op een Billboard-chart. De “artiest” heet Breaking Rust, en het nummer “Walk My Walk” stond twee weken bovenaan de Billboard Country Digital Song Sales chart.
Breaking Rust heeft meer dan 2 miljoen maandelijkse luisteraars op Spotify en acht nummers beschikbaar. Alle nummers worden gecrediteerd aan “Aubierre Rivaldo Taylor,” een mysterieuze figuur die geen enkel teken van menselijk bestaan vertoont. Taylor’s enige digitale voetafdruk is verbonden aan Breaking Rust en een ander AI-muziekproject genaamd Defbeatsai.
De Instagram-pagina van Breaking Rust toont AI-gegenereerde video’s met mannen in cowboyhoeden die gewichten tillen, push-ups doen in de sneeuw en midden op de snelweg lopen. De bio prijst “Outlaw country” en “Soul music for us” aan. De pagina heeft meer dan 39.000 volgers, en de YouTube-pagina meer dan 22.000 abonnees.
Het meest opmerkelijke is de reactie van fans. Sommigen verdedigen de muziek hartstochtelijk: “I’m sorry, I can’t help what I like. I LIKE THE SONG, NO MATTER WHO CREATED IT!” schreeuwt een YouTube-gebruiker in de comments. Anderen lijken niet eens te beseffen dat de artiest niet menselijk is, met comments die smeken om tours in Australië en Londen.
Breaking Rust is niet de enige. Een andere AI-gegenereerde muzikant, Cain Walker, domineert ook de Country Digital Song Sales chart met nummers op de derde, negende en elfde plaats. Billboard noemt deze muziek “virtual acts” in hun wekelijkse bulletin.
Supermarkten en AI-muziek: De economische realiteit
Terwijl AI-artiesten de hitlijsten bestormen, vindt er ook een stille revolutie plaats in alledaagse omgevingen. Volgens berichten uit België zijn veel Belgische supermarkten begonnen met het draaien van AI-gegenereerde muziek om kosten te besparen. In plaats van auteursrechten te betalen aan organisaties zoals Buma/Stemra, laten ze AI muziek genereren die nergens voor hoeft te betalen.
Dit is geen toekomstscenario - het gebeurt nu. En het heeft directe gevolgen voor muzikanten die een aanzienlijk deel van hun inkomsten uit deze auteursrechten halen.
De cijfers: Een explosieve groei
De groei van AI-muziek is explosief:
- 60 miljoen mensen gebruikten AI om muziek te creëren in 2024, volgens het IMS Business Report 2025
- 18% van alle nieuwe muziek die op Deezer wordt geüpload is door AI gegenereerd (april 2025) - bijna twee keer zoveel als in januari 2025, toen het nog 10% was
- Dagelijks worden 20.000 tracks die volledig door AI zijn gegenereerd geüpload op Deezer
- De markt voor AI-muziektools wordt geschat op $300 miljoen in 2024 en zal naar verwachting groeien tot $3 miljard in 2028
- 10% van de consumenten gaf aan generatieve AI te hebben gebruikt om muziek of teksten te creëren in 2024
De economische impact op muzikanten
De gevolgen voor professionele muzikanten zijn alarmerend. Volgens het eerste wereldwijde economische onderzoek naar de impact van AI op menselijke creativiteit, uitgevoerd door de International Confederation of Societies of Authors and Composers (CISAC):
- Muzikanten zullen naar verwachting bijna 25% van hun inkomsten verliezen aan AI binnen de komende vier jaar (tegen 2028)
- 27% van de muzikanten loopt het risico om inkomsten te verliezen aan generatieve AI tegen 2028
- Tegen 2028 zal AI-muziek 20% van de inkomsten uit traditionele muziekstreamingplatforms voor zijn rekening nemen
- AI-muziek zal 60% van de inkomsten uit muziekbibliotheken genereren tegen 2028
- 71% van de muzikanten is bang dat het gebruik van AI voor muziek ertoe kan leiden dat muziekmakers niet langer hun brood kunnen verdienen met hun werk
Een onderzoek van GEMA en SACEM (Duitse en Franse organisaties voor belangenbehartiging van muziekmakers) onder 15.000 leden bevestigt deze zorgen. De meerderheid van muziekmakers vreest dat steeds geavanceerdere generatieve AI uiteindelijk een bedreiging vormt voor hun bestaan.
Wie is er eigenlijk bang? De kloof tussen elite en basis
Maar hier schuilt een cruciale nuance die vaak over het hoofd wordt gezien: wie zijn deze bezorgde muzikanten eigenlijk? En belangrijker nog: vertegenwoordigen zij de meerderheid van mensen die muziek maken?
De realiteit voor de gemiddelde muzikant
De Nederlandse situatie is illustratief voor wat er wereldwijd speelt. Onderzoek uit 2016 naar de inkomsten van popmuzikanten in Nederland toont een schrijnend beeld:
- Ruim de helft van de professionele popmuzikanten had een bruto inkomen van EUR9.000 per jaar of minder uit muziek citation citation
- Het mediane inkomen lag rond EUR18.000, maar dit werd flink omhooggetrokken door een klein aantal grootverdieners
- De gemiddelde samenwonende popmuzikant kon met zijn of haar partner of gezin niet rondkomen van inkomsten uit de muziek
- Professionele muzikanten werkten gemiddeld 49 uur per week - ver boven een fulltime baan
- Bijna de helft moest bijverdienen met muziekles of ander werk om te kunnen rondkomen citation citation
Met andere woorden: de overgrote meerderheid van muzikanten kon al decennia niet leven van hun muziek. Voor hen is er dus weinig te verliezen - ze hadden al geen duurzaam inkomen uit muziek.
De verdeelde meningen: Elite versus Basis
Wanneer we kijken naar wie zich het meest zorgen maakt over AI, en wie het juist omarmt, ontstaat een opvallend patroon:
De Gevestigde Elite: AI als bedreiging
De meest vocale critici van AI-muziek zijn gevestigde artiesten die wél succesvol zijn geworden binnen het huidige systeem:
- De 200 muzikanten die in 2024 een open brief ondertekenden tegen AI (waaronder Billie Eilish, Nicki Minaj, Katy Perry) zijn allemaal succesvolle artiesten met miljoenencontracten citation
- De grote platenlabels (Universal, Sony, Warner) die rechtszaken aanspanden tegen AI-bedrijven, verdedigen hun lucratieve catalogussen en bestaande machtspositie
- Deze groep heeft het meest te verliezen: niet alleen financieel, maar ook qua controle over de muziekindustrie en hun eigen “brand”
Hun argumenten focussen op auteursrechten, “diefstal” van hun werk, en het behoud van “authenticiteit” - concepten die vooral relevant zijn voor wie al succesvol is binnen het huidige systeem.
De Onafhankelijke Basis: AI als bevrijding
Maar er is een heel andere groep muzikanten, en die vertelt een ander verhaal. Grootschalig onderzoek laat zien dat vooral beginnende en onafhankelijke muzikanten AI juist omarmen:
- 87% van de muzikanten gebruikt AI al in een deel van hun creatieve proces, volgens een studie van LANDR onder 1.200 muzikanten wereldwijd citation citation
- 51% van beginners gebruikt AI-songenerators, vergeleken met slechts 25% van professionals - hoe minder gevestigd, hoe groter de adoptie citation citation
- 29% gebruikt AI om delen van nummers te genereren, met quotes als: “My singing is terrible so voice generation lets me create songs without having to get someone else to sing” en “I use AI as if it was a band of session musicians” citation
Voor deze groep is AI geen bedreiging, maar een democratiserend instrument:
- Kostenbesparing: Waar het inhuren van sessiemuzikanten EUR200-500 per sessie kost, biedt AI vergelijkbare mogelijkheden voor een fractie van de prijs citation
- Toegankelijkheid: Bedroom producers kunnen nu professioneel klinkende muziek maken zonder dure studio’s of technische kennis citation citation
- Vaardigheden aanvullen: AI vult gaten in technische kennis of uitvoerende vaardigheden, waardoor makers zich kunnen focussen op hun creatieve visie citation
- Snelheid: Studies tonen dat AI-gebruikers taken 40% sneller voltooien met hogere kwaliteit citation
Een studie onder amateur versus professionele muzikanten toont aan dat amateurs juist de creatieve democratisering en toegankelijkheid benadrukken, terwijl professionals zich meer zorgen maken over historische preservatie en controle citation.
De ironie van het narratief
Hier ligt de grote ironie: wanneer we horen dat “71% van de muzikanten bang is voor AI,” wordt dit gepresenteerd alsof het de hele muzikale gemeenschap vertegenwoordigt. Maar deze statistiek komt uit een onderzoek van belangenorganisaties die vooral gevestigde, succesvolle muzikanten vertegenwoordigen - precies de groep die het meest te verliezen heeft.
De miljoenen muzikanten wereldwijd die nooit hun brood hebben kunnen verdienen met muziek - de hobbymuzikanten, de bedroom producers, de parttime bandleden, de muziekleraren die ’s avonds dromen van een doorbraak - zij komen nauwelijks aan het woord in dit debat. En uit de beschikbare data blijkt dat zij AI vaak niet als vijand zien, maar als bondgenoot.
Zoals een onderzoeker het verwoordt: “There may be a significant tradeoff between the economic interests of professional composers/musicians and the ‘democratization of music’ that GAIM [Generative AI in Music] afford” citation.
Het narratief “AI vernietigt de muziekindustrie” zou dus genuanceerder moeten zijn: AI bedreigt de inkomsten van de kleine elite die al succesvol is binnen het huidige systeem. Voor de overgrote meerderheid van muzikanten - die toch al geen duurzaam inkomen uit muziek haalden - is AI mogelijk juist een kans om eindelijk hun muzikale ideeën te realiseren zonder de financiële en technische barrières die hen altijd tegenhielden.
De vraag is dus niet zozeer “bedreigt AI muzikanten?”, maar eerder: “wiens belangen worden er eigenlijk verdedigd in dit debat?”
De cirkel sluit: Van dorpsmuzikant naar AI-muzikant
Er is een fascinerende ironie in de huidige ontwikkelingen rondom AI en muziek. Zoals we eerder zagen, verloren duizenden lokale muzikanten hun baan toen opnameapparatuur, radio en televisie de muziekindustrie centraliseerden. Waar elk dorp vroeger zijn eigen muzikanten had, ontstond er een systeem waarin een selecte groep popartiesten miljoenen verdiende terwijl de rest buiten de boot viel.
Nu, bijna een eeuw later, lijkt de cirkel zich te sluiten. AI-tools democratiseren muziekcreatie op een manier die we sinds de pre-radio tijd niet meer hebben gezien. Maar in plaats van terug te keren naar fysieke dorpsmuzikanten, ontstaat er een nieuwe generatie van wat we “digitale amateurs” zouden kunnen noemen.
De etymologie van “Amateur”: Liefhebber, niet Knoeier
Het woord “amateur” heeft in het Nederlands een enigszins negatieve bijklank gekregen - het suggereert iemand die iets niet goed kan, een knoeier. Maar deze betekenis doet de oorsprong van het woord ernstig tekort.
“Amateur” komt van het Latijnse woord “amator,” wat simpelweg “liefhebber” betekent - iemand die iets doet uit liefde voor de zaak zelf, niet voor geld of roem citation. In 1784, toen het woord in het Engels werd geïntroduceerd, betekende het “iemand die een smaak heeft voor een kunst of studie, maar het niet professioneel beoefent” citation. De negatieve connotatie van “dabbler” of “dilettante” kwam pas later, hoewel interessant genoeg niet in de sport, waar juist de professional lange tijd werd gewantrouwd.
Een amateur is dus oorspronkelijk iemand die muziek maakt omdat hij of zij het leuk vindt, niet omdat het een beroep is. En precies die groep - de liefhebbers, de hobbyisten, de parttime muzikanten - krijgt nu dankzij AI ongekende mogelijkheden.
Bedroom producers en de AI-revolutie
De term “bedroom producer” is niet nieuw, maar AI heeft deze categorie getransformeerd. Waar bedroom producers vroeger nog basale kennis van muziekproductie nodig hadden, kan nu letterlijk iedereen professioneel klinkende muziek maken.
De cijfers spreken boekdelen: 60 miljoen mensen gebruikten AI om muziek te creëren in 2024 citation. Dat zijn geen professionele muzikanten - dat zijn liefhebbers, hobbyisten, mensen die altijd al muziek wilden maken maar nooit de middelen of training hadden.
Succesverhalen beginnen zich op te stapelen. Een onafhankelijke componist verhoogde zijn soundtrack-output met 60% door gebruik te maken van AI-tools, wat hem rollen opleverde in drie nieuwe indie-films citation. Oliver McCann, een Britse AI-muziekcreator die onder de naam “imoliver” werkt, tekende een contract met platenlabel Hallwood Media nadat een van zijn tracks 3 miljoen streams haalde - en dit terwijl hij zelf zegt: “I have no musical talent at all. I can’t sing, I can’t play instruments” citation.
Voor deze nieuwe generatie is AI niet een bedreiging, maar een bevrijding. Zoals een gebruiker het verwoordde: “My singing is terrible so voice generation lets me create songs without having to get someone else to sing” citation. Een ander zei: “I use AI as if it was a band of session musicians.”
De opleving van Grassroots Venues
Tegelijkertijd zien we een opmerkelijke ontwikkeling in de fysieke muziekwereld: een hernieuwde waardering voor kleinschalige, lokale muziekpodia. In het Verenigd Koninkrijk, Nederland en België ontstaat er een beweging om zogenaamde “grassroots music venues” te beschermen en te promoten.
Grassroots venues zijn intieme ruimtes waar opkomende en onafhankelijke artiesten hun talent kunnen laten zien voor kleine publiek citation. Ze worden vaak gerund door muziekliefhebbers zelf en zijn diep geworteld in hun lokale gemeenschappen. Denk aan King Tuts in Glasgow, The Ferret in Preston, of in Nederland aan podia zoals Podium Eekhout in Zwolle citation.
De Music Venue Trust in het VK heeft een campagne gelanceerd genaamd “Own Our Venues,” waarbij grassroots venues worden opgekocht om ze te beschermen tegen sluiting citation. Ze hebben al vijf venues veiliggesteld, waaronder The Snug in Atherton en The Ferret in Preston. De noodzaak is groot: van de 34 grassroots venues waar Oasis tijdens hun eerste tour speelden, bestaan er nog maar 11 citation.
In Nederland zien we vergelijkbare ontwikkelingen. Het Back to Basics Festival in Oudeschoot is een kleinschalig openlucht muziekstraatfestival dat specifiek beginnende bandjes laat optreden “zodat ze live ervaring op kunnen doen” citation. Podium Eekhout in Zwolle presenteert zich als platform voor “kleinschalige amateurkunst” en biedt opkomende lokale kunstenaars de kans om hun passie te delen citation.
Op muzikantenbanken zoals Muzikantenbank.eu en Muzikantenbank.net staan duizenden advertenties van muzikanten die bandleden zoeken voor kleinschalige optredens citation citation. De toon is vaak expliciet gericht op plezier en gemeenschap, niet op commercieel succes: “Liefst een keer per week of een keer per twee weken repeteren met de bedoeling om kleinschalige optredens te doen” of “De bedoeling is om er voornamelijk plezier in te hebben.”
De paradox: AI maakt lokale muziek weer mogelijk
Hier ontstaat een fascinerende paradox. AI - vaak gezien als de ultieme bedreiging voor menselijke muzikanten - maakt het juist mogelijk voor een nieuwe generatie van lokale, kleinschalige muziekmakers om te floreren.
Hoe werkt dit? Door de productiekosten drastisch te verlagen. Waar het inhuren van sessiemuzikanten EUR200-500 per sessie kost en studiotijd tot EUR1.000 per dag kan oplopen citation, kunnen bedroom producers nu met AI-tools professioneel klinkende muziek maken voor een fractie van de prijs. Ze kunnen experimenteren, fouten maken, en hun vaardigheden ontwikkelen zonder financieel risico.
Dit betekent dat meer mensen muziek kunnen maken en delen. En waar maken ze die muziek? Niet voor de grote platenlabels of de mainstream radio, maar voor hun lokale gemeenschap, voor grassroots venues, voor YouTube-kanalen en Spotify-playlists. De democratisering van productie leidt tot een democratisering van distributie.
Een onderzoek onder amateur versus professionele muzikanten toont aan dat amateurs juist de creatieve democratisering en toegankelijkheid benadrukken citation. Voor hen is AI geen bedreiging van hun inkomen (dat er toch al niet was), maar een kans om eindelijk te doen waar ze altijd van droomden: muziek maken en delen.
Terug naar de toekomst?
Zijn we dus terug bij af? Niet helemaal. De dorpsmuzikant van de 19e eeuw was fysiek aanwezig, speelde live, en was onderdeel van de lokale gemeenschap. De AI-geassisteerde amateur van vandaag maakt muziek in zijn slaapkamer en deelt het digitaal met de wereld.
Maar er zijn opvallende parallellen:
- Decentralisatie: Net als in de pre-radio tijd is muziekcreatie niet langer het exclusieve domein van een kleine elite
- Lokale focus: Grassroots venues en lokale muziekscenes krijgen hernieuwde aandacht
- Liefde boven geld: Veel van deze nieuwe muziekmakers doen het niet voor commercieel succes, maar uit passie - echte “amateurs” in de oorspronkelijke betekenis
- Gemeenschap: Zowel online als offline ontstaan er nieuwe muzikale gemeenschappen rondom gedeelde interesses
De grote vraag is: kunnen deze twee werelden samenkomen? Kan de AI-geassisteerde bedroom producer ook optreden in het lokale grassroots venue? Kan technologie menselijke verbinding versterken in plaats van vervangen?
Sommige signalen wijzen die kant op. Platforms zoals BandLab combineren AI-tools met sociale functies, waardoor muzikanten wereldwijd kunnen samenwerken citation. Grassroots venues experimenteren met hybride formats, waarbij lokale acts worden gecombineerd met digitale elementen.
Misschien is de cirkel dus niet helemaal rond, maar eerder een spiraal: we keren terug naar waarden als gemeenschap, toegankelijkheid en liefde voor muziek, maar op een hoger technologisch niveau. De dorpsmuzikant is niet teruggekeerd, maar zijn geest - de amateur, de liefhebber - leeft voort in een nieuwe vorm.
Conclusie: Van gemeenschap naar algoritme
Deze historische reis laat een duidelijk patroon zien:
- Lokale fase: Muziek was gemeenschapsgoed, lokaal en toegankelijk
- Centralisatiefase: Door massacommunicatie (radio, TV) concentreerde rijkdom en macht zich bij steeds minder artiesten
- Controlesysteem: Auteursrechten werden een wapen om deze concentratie te beschermen
- Digitale disruptie: Internet bedreigde het systeem, maar werd uiteindelijk ingelijfd
- AI-revolutie: Nu kan iedereen “muzikant” zijn, maar ten koste van echte muzikanten
De muziekindustrie is geëvolueerd van een systeem dat muzikanten diende naar een systeem dat muzikanten exploiteert. De enkelen die rijk werden, deden er alles aan om dat zo te houden - via agressieve auteursrechtclaims, rechtszaken tegen file sharing, en controle over distributiekanalen.
Nu staat AI klaar om de volgende stap te zetten: een wereld waarin muziek gemaakt wordt zonder muzikanten, waar algoritmes de creativiteit overnemen, en waar de vraag “wat is muziek?” een fundamenteel andere betekenis krijgt.
De vraag is niet of deze ontwikkeling zal plaatsvinden - die is al bezig. De vraag is: wat voor muziekwereld willen we? Een wereld waarin iedereen met een paar klikken “muzikant” kan zijn, maar waarin echte muzikanten hun brood niet meer kunnen verdienen? Of een wereld waarin technologie muzikanten ondersteunt in plaats van vervangt?
Het antwoord op die vraag zal bepalen of de geschiedenis van muziek eindigt met een algoritme, of dat er ruimte blijft voor de menselijke creativiteit, vakmanschap en emotie die muziek altijd zo bijzonder hebben gemaakt.
Bronnen en Referenties
Geschiedenis van Muziekverspreiding
- Het aanzien van de muzikant door de eeuwen heen
- Geschiedenis van de Musical
- Stadscultuur in de negentiende eeuw
- Van Buizen tot Transistoren: de geschiedenis van oude radio’s
- Honderd jaar radio, een wereld van verschil
- Eerste radio-uitzending in Nederland
Oorlogstijd en Muziekverboden
- De strijd tegen jazz: muziek van de vijand
- Muziek tijdens de bezetting
- Het Nederlandse muziekleven in oorlogstijd
- Jazzhelden -- Nederlandse Jazzhistorie 1939-1945
Copyright Battles
- Bitter Sweet Symphony – Wikipedia
- Rolling Over: Bitter Sweet Symphony copyright dispute
- The Bitter Sweet Symphony dispute is over
- Bittersweet no more: Rolling Stones pass Verve royalties to Richard Ashcroft
- The Rise and Fall of Music Piracy: How Napster and LimeWire Almost Destroyed the Industry
- Napster – Wikipedia
AI en Muziek
- The most downloaded country song in the US right now was made by AI
- 60 miljoen mensen gebruikten AI om muziek te creëren in 2024
- Deezer: achttien procent van de nieuwe geüploade muziek is door AI gegenereerd
- GEMA en SACEM: ‘Steeds meer muzikanten bezorgd over impact AI’
- Music sector workers could lose 25% of income to AI in next four years
- Musicians are deeply concerned about AI. So why are the major labels embracing it?
- AI Is Democratizing Music. Unfortunately.
- Is AI Replacing Musicians? Exploring Economic Impact and Creative Shifts in 2025